ECLI:NL:HR:2005:AU4839
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling braak bij verwijderen kunststof ruit uit roldeur voor inklimming
Op 5 juni 1997 verwijderde de verdachte een in rubbers gevatte kunststof ruit uit een roldeur van een garagebedrijf, waardoor hij via het ontstane gat het pand kon betreden. Dit was onderdeel van een poging tot diefstal samen met een ander. Het hof veroordeelde hem voor poging tot diefstal met braak en inklimming en legde een gevangenisstraf van vier weken op.
De verdachte stelde in cassatie dat het verwijderen van de ruit niet als braak kon worden aangemerkt, mede omdat er geen sprake zou zijn van beschadiging. De Hoge Raad oordeelde dat het verwijderen van de ruit wel degelijk braak is, aangezien de roldeur beschadigd werd door het verwijderen van de ruit en dat het hof deze kwalificatie niet onbegrijpelijk heeft toegepast.
Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijke feitstoestand was vastgesteld. De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof en liet de strafrechtelijke veroordeling in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging tot diefstal door braak en inklimming blijft in stand.