ECLI:NL:HR:2005:AU5279
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging omgangsregeling en toekenning gezag aan moeder na echtscheiding
Na echtscheiding verzocht de vrouw de rechtbank om het gezag over het minderjarige kind aan haar toe te kennen en de omgangsregeling met de vader te ontzeggen. De rechtbank wees het verzoek van de vader tot gezamenlijke gezag en omgangsregeling af en kende het gezag exclusief toe aan de moeder.
De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking, met name tegen de toekenning van het gezag aan de moeder en de afwijzing van zijn omgangsverzoek. Het gerechtshof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank.
De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep echter verwierp zonder nadere motivering, omdat de klachten niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De uitspraak bevestigt daarmee de exclusieve toekenning van het gezag aan de moeder en de ontzegging van omgang aan de vader, waarbij het belang van het kind centraal stond.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen, waardoor het exclusieve gezag aan de moeder en de ontzegging van omgang worden bevestigd.