ECLI:NL:HR:2005:AU5470

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00405/05
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • F.H. Koster
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks parallelle vervolging in Turkije

In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het beroep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaarde in een strafzaak, ondanks dat verdachte ook in Turkije wordt vervolgd.

De Hoge Raad bevestigde dat artikel 68 Sr Pro alleen bescherming biedt tegen vervolging voor feiten die reeds onherroepelijk zijn berecht, en dat het enkele risico van parallelle vervolging in Turkije geen reden is om het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Ook de verstrekking van informatie door het Nederlandse OM aan Turkse autoriteiten, zelfs indien mogelijk onrechtmatig, heeft geen invloed op de ontvankelijkheid in de Nederlandse strafzaak.

Daarnaast werd bevestigd dat het hof de juiste maatstaf hanteerde voor het voegen van stukken bij het strafdossier: het OM moet alle relevante stukken voegen, zowel belastend als ontlastend, en de verdediging moet haar verzoek tot bijvoeging van niet-standaard stukken onderbouwen met concrete redenen. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het OM blijft ontvankelijk ondanks parallelle vervolging in Turkije.

Uitspraak

6 december 2005
Strafkamer
nr. 00405/05
AGJ/AM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 27 december 2004, nummer 21/004038-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1962, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire inrichting "Midden Holland" te Haarlem.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsvrouwe op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier M.T.E. van Huut, en uitgesproken op 6 december 2005.
Mr. Thomassen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.