ECLI:NL:HR:2005:AU5470
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks parallelle vervolging in Turkije
In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het beroep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaarde in een strafzaak, ondanks dat verdachte ook in Turkije wordt vervolgd.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 68 Sr Pro alleen bescherming biedt tegen vervolging voor feiten die reeds onherroepelijk zijn berecht, en dat het enkele risico van parallelle vervolging in Turkije geen reden is om het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Ook de verstrekking van informatie door het Nederlandse OM aan Turkse autoriteiten, zelfs indien mogelijk onrechtmatig, heeft geen invloed op de ontvankelijkheid in de Nederlandse strafzaak.
Daarnaast werd bevestigd dat het hof de juiste maatstaf hanteerde voor het voegen van stukken bij het strafdossier: het OM moet alle relevante stukken voegen, zowel belastend als ontlastend, en de verdediging moet haar verzoek tot bijvoeging van niet-standaard stukken onderbouwen met concrete redenen. Het beroep in cassatie werd verworpen omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het OM blijft ontvankelijk ondanks parallelle vervolging in Turkije.