ECLI:NL:HR:2005:AU5479
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor diefstal
De aanvrager werd door de Politierechter te Maastricht veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen. Na de veroordeling ontstonden twijfels over zijn identiteit, omdat mogelijk zijn broer zich van zijn personalia had bediend bij de aanhouding.
De Officier van Justitie en de politie voerden nader onderzoek uit, waarbij bleek dat de aangehouden persoon waarschijnlijk de broer was die valselijk de naam van de aanvrager had opgegeven. Dit bleek onder meer uit fotovergelijkingen en verklaringen van verbalisanten.
De Hoge Raad stelde vast dat deze nieuwe feiten een ernstige aanwijzing vormen dat de aanvrager ten onrechte is veroordeeld. Daarom verklaarde de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, schortte zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor herbehandeling.