ECLI:NL:PHR:2005:AU5479
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening veroordeling wegens diefstal door twee of meer verenigde personen na misidentificatie
De aanvrager heeft herziening gevraagd van een bij verstek gewezen vonnis van de politierechter in Maastricht, waarbij hij veroordeeld werd tot een geldboete van €270, subsidiair vijf dagen hechtenis wegens diefstal door twee of meer verenigde personen. Dit vonnis was onherroepelijk.
Na een aanschrijving over de boete nam de aanvrager contact op met de officier van justitie en stelde dat hij het feit niet had begaan, maar mogelijk zijn broer zich van valse personalia had bediend. De officier gaf opdracht tot nader politieonderzoek.
Het onderzoek wees uit dat de aanvrager inderdaad niet degene was die destijds was aangehouden. De verbalisanten herkenden op een politiefoto de broer van de aanvrager als de werkelijke dader. De officier van justitie schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en wees de aanvrager de juiste procedure om de veroordeling ongedaan te maken.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dat de aanvraag gegrond is, dat opschorting van de tenuitvoerlegging zal worden bevolen en dat de zaak zal worden verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling volgens art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De herzieningsaanvraag wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.