ECLI:NL:HR:2005:AU5712
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening en rol bestemmingsplan
De Staat der Nederlanden heeft cassatie ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank dat de schadeloosstelling voor onteigening van bedrijfsgrond en loodsen aan [verweerder] vaststelde op € 1.520.245,--. De onteigening betrof percelen in de gemeenten Uden en Bernheze, waarop zich onder meer loodsen bevonden die deels verhuurd waren.
De Staat voerde aan dat de voordelen die voortvloeien uit een bestemmingsplan, dat kort voor de pleidooien was goedgekeurd en mede betrekking had op het overblijvende deel van het onteigende perceel, als onteigeningsgevolg moesten worden beschouwd en verrekend moesten worden met de schadeloosstelling. De rechtbank oordeelde echter dat deze voordelen niet direct voortvloeien uit de onteigening en daarom niet als onteigeningsgevolg kunnen worden aangemerkt.
Daarnaast werd door deskundigen vastgesteld dat de waarde van de loodsen werd bepaald op basis van huurwaarde en een kapitalisatiefactor, waarbij rekening werd gehouden met het feit dat vervanging van deze loodsen alleen mogelijk was door duurdere reguliere bedrijfsruimte, wat een inkomensnadeel voor [verweerder] opleverde. De rechtbank volgde dit advies en stelde de schadeloosstelling vast.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de Staat en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de voordelen uit het bestemmingsplan geen onteigeningsgevolg zijn en dat de schadeloosstelling terecht is vastgesteld. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schadeloosstelling van € 1.520.245,-- aan [verweerder].