ECLI:NL:HR:2005:AU5976

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/085HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FwArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei

Verzoekster is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam onder de wettelijke schuldsaneringsregeling geplaatst, waarbij een rechter-commissaris en bewindvoerder werden benoemd. De rechter-commissaris droeg tussentijdse beëindiging van de regeling voor. De rechtbank wees dit voorstel af en stelde de looptijd van de regeling vast op drie jaar.

Verzoekster ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis. Vervolgens stelde verzoekster beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder verlening van de schone lei blijft gehandhaafd.

Uitspraak

11 november 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/085HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij arrest van 11 januari 2002 heeft het gerechtshof te Amsterdam de wettelijke schuldsaneringsregeling voor verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - van toepassing verklaard en de rechtbank te Amsterdam heeft op 14 januari 2002 een rechter-commissaris en een bewindvoerder benoemd.
De rechter-commissaris heeft de schuldsaneringsregeling voor beëindiging voorgedragen.
De rechtbank te Amsterdam heeft bij vonnis van 23 februari 2005 de voordracht tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en de termijn gedurende welke de toepassing van de schuldsanering van kracht is, vastgesteld op drie jaar, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, derhalve tot 14 januari 2005.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 juni 2005 heeft het hof de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 november 2005.