ECLI:NL:HR:2005:AU6145
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering opgeëiste persoon aan Verenigde Staten voor valsheidsdelicten
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten van Amerika voor vervolging wegens valsheidsdelicten met betrekking tot het aanvragen van een Amerikaans paspoort. De feiten vonden plaats in Savannah (Georgia) en Amsterdam. De verzoekende staat overlegde de vereiste stukken volgens het NL-VS Uitleveringsverdrag.
De Hoge Raad stelde vast dat de uitlevering uitsluitend is gevraagd voor vervolging en niet voor de tenuitvoerlegging van een opgelegde straf in Florida. De opgeëiste persoon was reeds in Nederland veroordeeld tot acht weken gevangenisstraf voor feiten gepleegd in Amsterdam in de periode van 25 november 2003 tot en met 17 augustus 2004, en dit arrest was onherroepelijk geworden. Hierdoor is uitlevering voor die feiten ontoelaatbaar.
De Hoge Raad vernietigde het eerdere vonnis dat de uitlevering geheel ontoelaatbaar had verklaard en bepaalde dat de uitlevering toelaatbaar is voor de overige feiten. De opgeëiste persoon werd gehoord en bijgestaan door een raadsman. De Advocaat-Generaal adviseerde tot toelaatbaarheid onder de genoemde voorwaarden. De Hoge Raad besloot de uitlevering toe te staan, met uitzondering van de feiten waarvoor reeds een onherroepelijke veroordeling in Nederland bestaat.
Uitkomst: De uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten wordt toelaatbaar verklaard, behalve voor feiten waarvoor reeds een onherroepelijke Nederlandse veroordeling bestaat.