ECLI:NL:HR:2005:AU6797
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Uitlevering geweigerd wegens niet-uitgevoerde Belgische veroordeling ondanks ne bis in idem-verweer
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten toestond. De opgeëiste persoon was eerder in België veroordeeld voor soortgelijke feiten, waaronder het te koop stellen en invoeren van XTC. Hij voerde aan dat uitlevering ontoelaatbaar was vanwege het ne bis in idem-beginsel, omdat hij reeds voor dezelfde feiten was veroordeeld.
De rechtbank oordeelde dat de Belgische veroordeling niet aan uitlevering in de weg stond, omdat de opgelegde straf niet was ondergaan, niet werd uitgevoerd, en ook niet op grond van Belgische wetgeving niet meer ten uitvoer gelegd kon worden. De raadsman van de opgeëiste persoon gaf zelf aan dat het Belgische vonnis niet was uitgevoerd en dat de Belgische autoriteiten uitvoering nastreefden.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en wees het cassatieberoep af. Volgens de Hoge Raad vloeit uit het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS, het Nederlandse Wetboek van Strafrecht en de Schengenovereenkomst voort dat een eerdere veroordeling alleen aan uitlevering in de weg staat als de straf is ondergaan of daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Omdat dit niet het geval was, was uitlevering toegestaan.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het verweer van ne bis in idem terecht had verworpen en dat er geen reden was om de uitspraak ambtshalve te vernietigen. Het beroep werd daarom verworpen en de uitlevering toegestaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en verklaart de uitlevering aan de Verenigde Staten toelaatbaar omdat de Belgische straf niet is uitgevoerd.