ECLI:NL:HR:2005:AX8879
Hoge Raad
- Raadkamer
- W.J.M. Davids
- A.G. Pos
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Schorsing raadsheer wegens verdenking van zware mishandeling en poging tot doodslag
Op 7 juli 2005 heeft de Hoge Raad besloten tot schorsing van een raadsheer van het Gerechtshof te Leeuwarden voor de wettelijke termijn van drie maanden. Deze schorsing volgt op een vordering van de Procureur-Generaal naar aanleiding van ernstige verdenkingen tegen de raadsheer.
De verdenkingen betreffen feiten die zich zouden hebben voorgedaan tussen 21 en 23 oktober 2004 in de gemeente Groningen. De raadsheer wordt beschuldigd van opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen aan een persoon, het met geweld dwingen tot seksuele handelingen, en poging tot doodslag door het dichtknijpen van de keel. Daarnaast wordt hem bedreiging met de dood ten laste gelegd.
Tijdens de raadkamerprocedure heeft de betrokkene geweigerd te verschijnen en geen vertegenwoordiging laten bijstaan. De Hoge Raad oordeelt dat de aard en ernst van de feiten onverenigbaar zijn met het voortzetten van zijn functie gedurende het strafrechtelijk onderzoek en legt daarom de schorsing op.
Het arrest is in het openbaar uitgesproken door de vierde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van president W.J.M. Davids, en met medewerking van vier raadsheren en een griffier.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de raadsheer voor drie maanden vanwege ernstige verdenkingen van zware mishandeling, seksuele dwang en poging tot doodslag.