ECLI:NL:PHR:2005:AX8879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schorsing raadsheer wegens verdenking ernstige strafbare feiten
Op 28 april 2005 is een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen een raadsheer van het Gerechtshof Leeuwarden wegens verdenking van poging tot zware mishandeling, mishandeling, verkrachting en poging tot doodslag, met subsidiere misdrijven. Gezien de aard en ernst van deze verdenkingen acht de Procureur-Generaal het noodzakelijk dat de raadsheer gedurende het strafrechtelijk onderzoek zijn functie niet kan uitoefenen.
De Rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 12 mei 2005 de bewaring van de raadsheer bevolen en hem geschorst vanwege ernstige bezwaren omtrent de feiten. De Procureur-Generaal heeft de raadsheer op 16 juni 2005 schriftelijk geïnformeerd over het voornemen tot schorsing, waarbij de raadsheer zijn zienswijze schriftelijk heeft ingediend.
Op grond van artikel 46f lid 2 sub a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) vordert de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad de schorsing van de raadsheer voor een periode van drie maanden. Deze schorsing is facultatief en wordt gerechtvaardigd door de ernst van de verdenkingen en de noodzaak de integriteit van de rechterlijke functie te waarborgen.
Uitkomst: De Hoge Raad vordert de schorsing van de raadsheer voor drie maanden wegens ernstige verdenkingen.