ECLI:NL:PHR:2005:AX8879

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2005
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
K 338
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46f lid 2 sub a WrraArt. 46g lid 1 WrraArt. 46o WrraArt. 46b Wrra
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing raadsheer wegens verdenking ernstige strafbare feiten

Op 28 april 2005 is een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen een raadsheer van het Gerechtshof Leeuwarden wegens verdenking van poging tot zware mishandeling, mishandeling, verkrachting en poging tot doodslag, met subsidiere misdrijven. Gezien de aard en ernst van deze verdenkingen acht de Procureur-Generaal het noodzakelijk dat de raadsheer gedurende het strafrechtelijk onderzoek zijn functie niet kan uitoefenen.

De Rechtbank Zwolle-Lelystad heeft op 12 mei 2005 de bewaring van de raadsheer bevolen en hem geschorst vanwege ernstige bezwaren omtrent de feiten. De Procureur-Generaal heeft de raadsheer op 16 juni 2005 schriftelijk geïnformeerd over het voornemen tot schorsing, waarbij de raadsheer zijn zienswijze schriftelijk heeft ingediend.

Op grond van artikel 46f lid 2 sub a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) vordert de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad de schorsing van de raadsheer voor een periode van drie maanden. Deze schorsing is facultatief en wordt gerechtvaardigd door de ernst van de verdenkingen en de noodzaak de integriteit van de rechterlijke functie te waarborgen.

Uitkomst: De Hoge Raad vordert de schorsing van de raadsheer voor drie maanden wegens ernstige verdenkingen.

Conclusie

K 338
Aan de Hoge Raad der Nederlanden, Vierde Meervoudige Kamer,
Vordering als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren
Op 28 april 2005 heeft de rechter-commissaris strafzaken in de Rechtbank Zwolle-Lelystad een gerechtelijk vooronderzoek geopend tegen
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboortedatum], wonende aan [a-straat 1] te [woonplaats].
Betrokkene is raadsheer in het Gerechtshof Leeuwarden en derhalve een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in art. 46b van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).
Het gerechtelijk vooronderzoek heeft betrekking op de volgende strafbare feiten: 1.(poging tot) zware mishandeling, subsidiair mishandeling; 2. verkrachting en 3. poging tot doodslag, subsidiair poging tot zware mishandeling, meer subsidiair bedreiging met enig misdrijf tegen het leven althans zware mishandeling.
Art. 46f lid 2 aanhef en sub a Wrra bepaalt dat een rechterlijk ambtenaar door de Hoge Raad kan worden geschorst indien tegen hem een gerechtelijk vooronderzoek ter zake van een misdrijf is ingesteld. Het betreft hier dus een facultatieve schorsingsgrond.
Er is naar mijn oordeel aanleiding betrokkene te schorsen omdat de aard en ernst van de feiten waarvan hij wordt verdacht, meebrengen dat hij gedurende het strafrechtelijk onderzoek niet zijn functie van raadsheer kan uitoefenen. Daarbij neem ik in aanmerking dat de Rechtbank Zwolle-Lelystad bij beschikkingen van 12 mei 2005 de bewaring van betrokkene heeft bevolen en vervolgens heeft geschorst, omdat tegen betrokkene ernstige bezwaren bestaan terzake van de feiten poging tot zware mishandeling en poging tot doodslag.
Van mijn voornemen zijn schorsing bij de Hoge Raad te vorderen heb ik betrokkene op 16 juni 2005 schriftelijk op de hoogte gesteld. Betrokkene heeft gebruikt gemaakt van de wettelijke mogelijkheid zijn zienswijze schriftelijk naar voren te brengen.
De stukken van deze zaak leg ik over, overeenkomstig de bijgevoegde inventarislijst.
Gelet op het voorafgaande vorder ik dat de Hoge Raad [betrokkene] op de voet van art. 46f lid 2 aanhef en sub a in verband met art. 46 g lid 1 Wrra zal schorsen voor een periode van drie maanden.
's-Gravenhage, 30 juni 2005
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,