ECLI:NL:HR:2006:AR6513
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over omkering bewijslast en ernst bewaarverzuim bij naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd met een verhoging van 100%, waarvan de Inspecteur kwijtschelding verleende tot 50%. Na bezwaar en beroep bij het hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het hof had op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) het bewijs van de onjuistheid van de naheffingsaanslag bij belanghebbende gelegd, behalve voor het deel van de verhoging. Het hof oordeelde dat de factuurspecificaties niet op juiste wijze waren bewaard, waardoor het bewaarverzuim ernstig genoeg was om omkering van de bewijslast toe te passen.
De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof over het bewaarverzuim en de omkering van de bewijslast niet onjuist was en dat het hof het beroep terecht ongegrond had verklaard. Wel vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor wat betreft de verhoging van de naheffingsaanslag en schold deze verder kwijt wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure. De proceskosten werden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest deels en vermindert de naheffingsaanslagverhoging wegens overschrijding redelijke termijn en ernstig bewaarverzuim.