ECLI:NL:HR:2006:AU3106
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid verontreinigingsheffing en subsidies Waterschap Reest en Wieden
Belanghebbende kreeg voor 2001 een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het Waterschap Reest en Wieden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de heffing deel uitmaakte van een verboden steunmaatregel in strijd met Europese mededingingsregels.
De Hoge Raad overwoog dat heffingen alleen onder het uitvoeringsverbod van artikel 88, lid 3, EG vallen indien er een dwingend bestemmingsverband bestaat tussen de heffing en de subsidie. Uit de nationale wet- en regelgeving bleek dit verband niet aanwezig. De heffing hoefde niet noodzakelijkerwijs te worden besteed aan subsidies.
De klachten over summiere feitenvaststelling en de kwalificatie van subsidies faalden eveneens. De Hoge Raad vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing blijft gehandhaafd.