ECLI:NL:HR:2006:AU3110
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid verontreinigingsheffing ondanks subsidiegeschil
Belanghebbende kreeg voor 2001 een aanslag verontreinigingsheffing opgelegd door het Waterschap Reest en Wieden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de heffing onderdeel was van een verboden steunmaatregel volgens EU-regels, omdat subsidies werden verstrekt aan bedrijven.
Het Hof had geoordeeld dat de subsidieverlening niet van invloed was op de rechtmatigheid van de aanslag. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie EU, dat heffingen alleen onder het uitvoeringsverbod vallen indien er een dwingend bestemmingsverband bestaat tussen heffing en subsidie. Dit verband ontbrak in de nationale wet- en regelgeving.
De Hoge Raad verwierp ook klachten over summiere feitenvaststelling en de kwalificatie van subsidies. De proceskosten werden niet aan een partij toegekend. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing bevestigd.