ECLI:NL:HR:2006:AU3298
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen vrijspraak en veroordeling in hoger beroep wegens ontbreken aanhoudingsverzoek
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin hij deels werd vrijgesproken en deels veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan vijf voorwaardelijk.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was verdachte niet aanwezig. Zijn raadsman was wel aanwezig maar gaf aan niet gemachtigd te zijn om de verdediging te voeren en kon daardoor geen aanhoudingsverzoek indienen. De raadsman stuurde een brief waarin hij stelde dat hij niet om aanhouding kon vragen, maar deze brief maakt geen deel uit van het proces-verbaal.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de raadsman niet heeft belet een aanhoudingsverzoek te doen en dat de brief niet als bewijs van het tegendeel kan worden beschouwd. Het middel van cassatie mist daarom feitelijke grondslag en faalt. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.