ECLI:NL:HR:2006:AU3724
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Onverplichtheid tot mediation bij onthouding medewerking wegens emotionele gronden na echtscheiding
De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie die hij aan de vrouw moest betalen te verminderen of op nihil te stellen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de man hoger beroep instelde. Tijdens het hoger beroep spraken partijen af om onder begeleiding van een mediator hun geschillen op te lossen. Kort daarna trok de vrouw zich definitief terug uit mediation vanwege financiële en vooral emotionele redenen.
Het gerechtshof verklaarde het hoger beroep van de man niet-ontvankelijk omdat duurzame instemming van beide partijen voor mediation ontbrak. De man stelde beroep in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat mediation een vrijwillig proces is waarbij partijen te allen tijde hun medewerking kunnen onthouden of beëindigen om hun moverende redenen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat emotionele bezwaren van een partij een rechtens te respecteren reden vormen om mediation niet voort te zetten, ook als partijen eerder hadden afgesproken mediation te proberen. De uitspraak benadrukt het vrijwillige karakter van mediation in civiele geschillen, ook bij partneralimentatie na echtscheiding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat mediation vrijwillig is en niet afdwingbaar als een partij haar medewerking om emotionele redenen onthoudt.