ECLI:NL:HR:2006:AU4794
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaar
De schuldenaar had bij de rechtbank Amsterdam de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling verkregen, waarbij een rechter-commissaris en bewindvoerder werden benoemd. De rechter-commissaris droeg de beëindiging van de regeling voor vanwege tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen door de schuldenaar. De rechtbank beëindigde daarop de regeling en stelde het faillissement van de schuldenaar vast, met benoeming van een curator en rechter-commissaris.
De schuldenaar ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring definitief werden bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de schuldenaar wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling bevestigd.