ECLI:NL:HR:2006:AU4794

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/071HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 105 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 297 FaillissementswetArt. 327 Faillissementswet
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaar

De schuldenaar had bij de rechtbank Amsterdam de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling verkregen, waarbij een rechter-commissaris en bewindvoerder werden benoemd. De rechter-commissaris droeg de beëindiging van de regeling voor vanwege tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen door de schuldenaar. De rechtbank beëindigde daarop de regeling en stelde het faillissement van de schuldenaar vast, met benoeming van een curator en rechter-commissaris.

De schuldenaar ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en de faillissementsverklaring definitief werden bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de schuldenaar wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling bevestigd.

Uitspraak

13 januari 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/071HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 8 september 2003 heeft de rechtbank te Amsterdam op verzoek van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken met benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.
De rechter-commissaris heeft de schuldsaneringsregeling voor beëindiging voorgedragen omdat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen.
De schuldenaar heeft de voordracht van de rechter-commissaris bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 2 februari 2005 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en in het faillissement van de schuldenaar een rechter-commissaris en een curator benoemd.
Tegen laatstvermeld vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 17 mei 2005 (hersteld bij arrest van 5 juli 2005) heeft het hof de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest en het herstelarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van 17 mei 2005 van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de schuldenaar heeft bij brief van 28 oktober 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 januari 2006.