ECLI:NL:GHDHA:2020:1631
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar Portugal op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de verblijfplaats van hun minderjarige kind, dat in Portugal woonde en zonder toestemming van de vader naar Nederland werd gebracht door de moeder. De rechtbank had de terugkeer van het kind naar Portugal gelast, waartegen de moeder in hoger beroep ging.
Het hof bevestigde dat de vader geen toestemming had gegeven voor een definitief verblijf in Nederland en dat er sprake was van ongeoorloofde vasthouding volgens artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV). De moeder voerde verweer met een beroep op weigeringsgronden uit artikel 13 HKOV Pro, waaronder berusting van de vader en risico op ondragelijke toestand voor het kind.
Het hof verwierp deze verweren: er was geen bewijs van berusting door de vader en onvoldoende aanwijzingen voor ernstig gevaar of ondragelijke toestand bij terugkeer. De moeder's bewering van strafrechtelijke vervolging werd gemotiveerd betwist en niet onderbouwd. Het hof gelastte de terugkeer van het kind uiterlijk 30 september 2020 en bevestigde de eerdere beschikking.
Uitkomst: De terugkeer van de minderjarige naar Portugal wordt gelast uiterlijk 30 september 2020.