ECLI:NL:HR:2006:AU5271
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad stelt prejudiciële vragen over registratieplicht niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen
In deze zaak vorderden Antroposana c.s. dat de Staat het verbod uit art. 3 lid 4 Wet Pro op de Geneesmiddelenvoorziening (WoG) niet zou handhaven voor niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen totdat in de bodemprocedure definitief was beslist. De voorzieningenrechter en het hof gaven deels aan deze vorderingen gevolg, met beperkingen.
De kern van het geschil betreft de vraag of niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen onder de vergunningsvereisten van Richtlijn 2001/83/EG vallen. Antroposana c.s. betoogden dat deze geneesmiddelen niet kunnen voldoen aan de registratie-eisen die gelden voor allopathische geneesmiddelen, terwijl zij al decennia veilig op de markt zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het antwoord op deze vraag niet zonder meer duidelijk is en heeft daarom prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voorgelegd. De zaak is geschorst totdat het Hof uitspraak doet. De Hoge Raad benadrukte dat onverkorte toepassing van de registratie-eisen op deze geneesmiddelen mogelijk strijdig is met het verbod op handelsbelemmeringen in het EG-Verdrag.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EG en schorst de procedure over de registratieplicht van niet-homeopathische antroposofische geneesmiddelen.