ECLI:NL:HR:2006:AU5277

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C05/113HR (1434)
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt schadeloosstelling bij onteigening Betuwespoorlijn

Deze zaak betreft een geschil over de hoogte van de schadeloosstelling die eiseres ontvangt wegens onteigening ten behoeve van de aanleg van de Betuwespoorlijn. Na eerdere procedures bij de rechtbank en het gerechtshof is het geschil uiteindelijk bij de Hoge Raad aanhangig gemaakt.

De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest van 27 juni 2001 waarin het vonnis van de rechtbank te Dordrecht werd vernietigd en het geding werd verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof heeft vervolgens een deskundigenonderzoek gelast en de schadeloosstelling vastgesteld op € 1.080.214,73. Tevens werd eiseres veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag dat het voorschot oversteeg.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen het eindarrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft de schadeloosstelling zoals vastgesteld door het hof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.

Uitspraak

10 februari 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/113HR (1434)
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
RAILINFRABEHEER B.V., voorheen genaamd NS Railinfrabeheer B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.G. de Vries Robbé.
1. Het geding in voorgaande instanties
Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties tussen thans verweerster in cassatie - verder te noemen: Railinfrabeheer - en thans eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 27 juni 2001, NJ 2002, 528.
Bij dat arrest heeft de Hoge Raad in het principale en in het incidentele beroep het vonnis van de rechtbank te Dordrecht van 12 juli 2000 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.
[Eiseres] heeft bij exploot van 4 december 2001 Railinfrabeheer opgeroepen te verschijnen voor dat hof teneinde verder te procederen na verwijzing.
Na memoriewisseling heeft het hof bij tussenarrest van 28 augustus 2003 een deskundigenonderzoek gelast en drie deskundigen benoemd.
Na deskundigenbericht heeft het hof bij eindarrest van 3 februari 2005 het bedrag van de schadeloosstelling bepaald op € 1.080.214,73, [eiseres] veroordeeld om aan Railinfrabeheer te betalen hetgeen van het aan haar betaalde voorschot de schadeloosstelling overtreft, zijnde een bedrag van € 185.832,07, partijen, ieder voor de helft, veroordeeld tot betaling van de kosten van de deskundigen in eerste aanleg en bij het hof en Railinfrabeheer veroordeeld in de overige kosten van het geding in eerste aanleg en na verwijzing.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Railinfrabeheer heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P.J. Wattel strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 11 november 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Railinfrabeheer begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 februari 2006.