ECLI:NL:HR:2006:AU5496
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over bewijsvoering en strafoplegging in zaak moord en poging tot moord door verpleegkundige
In deze strafzaak is de verdachte, een verpleegkundige, veroordeeld voor zeven gevallen van moord en drie pogingen tot moord, gepleegd in verschillende ziekenhuizen. Het hof baseerde de bewezenverklaring op medisch onverklaarbare overlijdens en incidenten waarbij verdachte telkens aanwezig was, en op een patroon van gedragingen en verklaringen van verdachte, waaronder kennelijk leugenachtige verklaringen.
De Hoge Raad toetst in cassatie onder meer de bewijsvoering, waarbij het hof terecht gebruik maakte van kennelijk leugenachtige verklaringen en schakelbewijs. Het hof mocht de wisselende en ongeloofwaardige verklaringen van verdachte meewegen bij de bewijswaardering. Ook de afwijzing van een verzoek tot getuigenverhoor over leugendetectoren werd bevestigd vanwege de onbetrouwbaarheid van die methode.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad over de strafoplegging. Hoewel het hof verdachte veroordeelde tot levenslange gevangenisstraf met tbs met dwangverpleging, is deze combinatie juridisch niet verenigbaar. De Hoge Raad wijst erop dat de strafrechter niet mag vooruitlopen op mogelijke gratiebesluiten en dat tbs en levenslange gevangenisstraf elkaar uitsluiten. Het arrest bevestigt de bewezenverklaring en veroordeelt verdachte tot levenslang, maar corrigeert de onjuiste combinatie van straf en maatregel.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de levenslange gevangenisstraf voor moord en poging tot moord, maar wijst op de onverenigbaarheid van tbs met levenslange gevangenisstraf.