ECLI:NL:HR:2006:AU5706

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/019HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om partneralimentatie na echtscheiding afgewezen door Hoge Raad

De vrouw verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken en partneralimentatie van €3.650 per maand van de man te verkrijgen. De rechtbank wees dit toe en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De man stelde hoger beroep in tegen de partneralimentatie, waarna het hof de beschikking vernietigde en het verzoek om partneralimentatie afwees.

De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze afwijzing. De man verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de afwijzing van de partneralimentatie definitief werd.

De uitspraak bevestigt de beoordelingsvrijheid van lagere rechters bij partneralimentatie en benadrukt het restrictieve karakter van cassatie bij feitelijke geschillen zonder belangrijke rechtsvragen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van partneralimentatie door het hof.

Uitspraak

27 januari 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/019HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.F.M. Weegberg.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 26 februari 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht:
- tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken;
- de man te veroordelen aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van levensonderhoud (hierna: partneralimentatie), een bedrag van € 3.650,-- per maand te betalen;
- de verdeling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap te bevelen, met benoeming van een notaris en onzijdige personen;
- bij wege van voorlopige voorzieningen voor de duur van het geding te bepalen dat de man aan de vrouw aan bedrag van € 3.650,-- per maand aan partneralimentatie betaalt.
De man heeft afgezien van het indienen van een verweerschrift.
De rechtbank heeft bij beschikking van 15 mei 2002 het verzochte toegewezen en haar beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Daarbij heeft hij, nadat hij zijn hoger beroep tegen de echtscheiding bij brief, ingekomen bij het hof op 1 november 2002, had ingetrokken, verzocht de bestreden beschikking wat de partneralimentatie betreft te vernietigen en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat het verzoek van de vrouw om partneralimentatie wordt afgewezen, althans dat het door de man aan de vrouw aan partneralimentatie te betalen bedrag wordt vastgesteld overeenkomstig de draagkracht van de man en met ingang van de datum van de af te geven beschikking, althans op een zodanig bedrag en met ingang van zodanige datum als het hof juist acht.
Bij beschikking van 10 november 2004 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en het inleidende verzoek van de vrouw om partneralimentatie afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 januari 2006.