ECLI:NL:PHR:2006:AU5706
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing partneralimentatie wegens onvoldoende behoefteaantoning na echtscheiding
De vrouw en man zijn in 1981 gehuwd en hebben twee inmiddels meerderjarige kinderen. Na hun echtscheiding vroeg de vrouw partneralimentatie van €3.650 per maand. De rechtbank wees dit toe, maar het hof vernietigde deze beschikking en wees het verzoek af omdat de vrouw onvoldoende haar behoefte aan alimentatie had aangetoond.
De vrouw stelde dat zij onvoldoende gelegenheid had gekregen haar behoefte mondeling toe te lichten, maar het hof had de zaak op de stukken afgedaan na herhaalde aanhoudingen op verzoek van partijen in verband met schikkingsonderhandelingen. Het hof gaf partijen ruime gelegenheid aanvullende stukken te overleggen, waaronder berekeningen van behoefte en draagkracht.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de vrouw haar behoefte niet aannemelijk heeft gemaakt, ondanks herhaalde uitnodigingen. De vrouw kon niet volstaan met verwijzing naar welstand tijdens het huwelijk zonder onderbouwing, en haar eigen vermogen was van invloed op haar behoefte. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter grote vrijheid heeft bij de vaststelling van alimentatie en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende aantoning van behoefte.