ECLI:NL:HR:2006:AU6096
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verdeling nalatenschap en verwerpt cassatieberoep
Deze zaak betreft een langdurig geschil tussen erfgenamen over de verdeling van de nalatenschap van twee overledenen. Na meerdere procedures bij de rechtbank en het gerechtshof, waarbij deskundigenonderzoeken werden bevolen en uitgevoerd, werd de waardering van onroerende zaken vastgesteld en de verdeling van de nalatenschap geregeld.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en procedures, waarin het hof onder meer bepaalde dat de waarde van de onroerende zaken € 2.026.000,-- bedroeg en dat de kosten van de deskundigen gelijkelijk tussen partijen moesten worden gedragen. Het hof verklaarde enkele vorderingen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan processueel belang.
In het cassatieberoep, zowel in het principale als in het incidentele beroep, concludeerden partijen tot verwerping van elkaars beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en wijst het beroep af. De kosten van het cassatiegeding worden aan de eisers in cassatie opgelegd.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen omtrent de nalatenschapsverdeling en onderstreept de zorgvuldigheid van het deskundigenonderzoek en de procesgang in de lagere instanties.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere verdeling en waardering van de nalatenschap.