ECLI:NL:HR:2006:AU6098
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid en aansprakelijkheid bij vernietiging Europees octrooi
De zaak betreft een geschil tussen octrooihouders over de vraag of het onrechtmatig is om niet alle bekende informatie aan het Europees Octrooibureau (EOB) te verstrekken en of het beroep op een later vernietigd octrooi jegens concurrenten onrechtmatig is. CFS, houder van het Europese octrooi 0 558 151, werd door Stork geconfronteerd met oppositieprocedures en vorderingen tot vernietiging en schadevergoeding.
De rechtbank vernietigde het Nederlandse deel van het octrooi wegens gebrek aan inventiviteit, maar wees de schadevergoeding af. Het hof bekrachtigde dit oordeel. Stork stelde incidenteel beroep in tegen de afwijzing van de schadevergoeding, stellende dat CFS onrechtmatig had gehandeld door onjuiste pretenties te verdedigen en zich op het vernietigde octrooi te beroepen.
De Hoge Raad bevestigde dat de enkele omstandigheid dat een octrooi later wordt vernietigd niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid jegens concurrenten. Onrechtmatigheid vereist verwijtbaarheid of kennis van een serieuze kans op vernietiging. Ook het beroep op ongerechtvaardigde verrijking faalde omdat het vrijstond zich op het octrooi te beroepen zolang het geldig was.
De Hoge Raad verwierp zowel het principale als het incidentele beroep en veroordeelde partijen in de kosten. Hiermee blijft de Nederlandse leer gehandhaafd dat octrooihouders niet zonder meer aansprakelijk zijn voor het gebruik van hun rechten, ook als die later worden vernietigd.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt dat de octrooihouder niet onrechtmatig handelt tenzij sprake is van verwijtbaarheid of kennis van een serieuze kans op vernietiging.