ECLI:NL:HR:2006:AU6285
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Ontzetting uit het beroep van turnleraar wegens ontucht met minderjarigen
In deze strafzaak is de verdachte, een gediplomeerd turnleraar, veroordeeld voor meervoudige ontuchtige handelingen met minderjarige pupillen die aan zijn zorg en opleiding waren toevertrouwd. Het gerechtshof heeft hem veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en ontzetting uit het beroep van turnleraar voor de duur van zeven jaren. De ontzetting werd opgelegd vanwege de langdurige en frequente aard van de feiten, het grote aantal slachtoffers en het risico op herhaling.
De verdediging stelde dat sprake moest zijn van een hoofdwerkzaamheid om van een beroep te kunnen spreken en dat de verdachte slechts een onkostenvergoeding ontving, geen bezoldiging. Het hof oordeelde echter dat ook een onbezoldigde of tegen onkostenvergoeding verrichte activiteit beroepsmatig kan zijn.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend vanwege het ontbreken van de vermelding van art. 55 Sr Pro als toepasselijke wettelijke bepaling, herstelde dit formele verzuim en verwierp het cassatieberoep verder. Hiermee blijft de straf en ontzetting in stand. De uitspraak bevestigt dat ontzetting uit het beroep kan worden opgelegd bij ernstige misdrijven gepleegd binnen de beroepsuitoefening, ook als de activiteit niet als hoofdwerkzaamheid wordt verricht.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en zeven jaar ontzetting uit het beroep van turnleraar.