ECLI:NL:PHR:2011:BP4394
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewezenverklaring ontucht met aan waakzaamheid toevertrouwde minderjarigen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met twee minderjarige jongens, geboren in 1982 en 1979, die aan zijn waakzaamheid waren toevertrouwd. Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte tussen 1994 en 2000 meerdere malen ontucht heeft gepleegd, waaronder seksuele penetratie en andere seksuele handelingen. De minderjarigen zagen verdachte als een vaderfiguur en hadden geen vader meer, wat het overwicht van verdachte versterkte.
De verdediging voerde onder meer aan dat het hof onterecht schakelbewijs gebruikte en dat de bewijsvoering onvoldoende was vanwege de unus testis-regel. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht de verklaringen van de twee slachtoffers als elkaar versterkend heeft aangemerkt en dat er voldoende ondersteunend bewijs is om de bewezenverklaring te dragen. Tevens is het gebruik van schakelbewijs in deze context niet onrechtmatig.
Daarnaast stelde de verdediging dat niet was aangetoond dat de minderjarigen aan de waakzaamheid van verdachte waren toevertrouwd, maar de Hoge Raad bevestigt dat het hof voldoende motivering heeft gegeven dat de minderjarigen door hun afhankelijkheid en het overwicht van verdachte aan zijn zorg waren toevertrouwd. De klachten worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring van ontucht met aan de waakzaamheid toevertrouwde minderjarigen.