ECLI:NL:HR:2006:AU7375
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Voldoende grond van bezwaar vereist voor ontvankelijkheid bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1993-1996. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het bezwaar niet voldeed aan de motiveringsvereisten van artikel 6:5 Awb Pro.
De Hoge Raad stelt vast dat het bezwaarschrift wel degelijk een grond van bezwaar bevatte, namelijk een verschil van mening over de juistheid van de door de Inspecteur gebruikte stellingen. Volgens de Hoge Raad stelt artikel 6:5 Awb Pro geen eisen aan de gefundeerdheid van de motivering, zodat het hof ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen en vergoed door de Staat en Inspecteur.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.