ECLI:NL:PHR:2006:AU7375
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van bezwaar tegen naheffingsaanslag en boetebeschikking in fiscale procedures
In deze zaak staan de ontvankelijkheid van bezwaren tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting en de daarbij behorende boetebeschikkingen centraal. Belanghebbende, X B.V., was strafrechtelijk veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangiften en kreeg naheffingsaanslagen opgelegd over de jaren 1993 tot en met 1997, met daarbij een boetebeschikking van 100% van de nageheven belasting.
De Inspecteur verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen de aanslagen wegens het ontbreken van een motivering, ondanks herhaalde verzoeken om nadere motivering. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat belanghebbende terecht niet-ontvankelijk was verklaard in haar bezwaar tegen de aanslagen, maar onterecht niet-ontvankelijk in haar bezwaar tegen de boetebeschikking. Het hof vond dat de motiveringsplicht voor de boete was vervuld door de stelling dat iedere rechtsgrond ontbrak voor de boete.
In cassatie is de vraag aan de orde gesteld of het fiscale boeterecht toelaat dat de ontvankelijkheid van bezwaren tegen aanslag en boete verschillend wordt beoordeeld, ondanks dat beide in één document zijn vervat. De conclusie van de Advocaat-Generaal stelt dat onder het huidige fiscale boeterecht aanslag en boete als afzonderlijke beschikkingen worden opgelegd, waardoor verschillende ontvankelijkheidsbeoordelingen mogelijk zijn. Dit wijkt af van de situatie vóór 1998, toen boete en aanslag één beschikking vormden en een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring niet mogelijk was.
De conclusie benadrukt dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing is op procedures waarin een boete in geschil is, maar niet op zuivere belastingzaken. Het vervallen van de boete tijdens de procedure leidt ertoe dat het geschil puur fiscaal wordt en artikel 6 EVRM Pro niet meer van toepassing is. De conclusie pleit tevens voor een wettelijke regeling die aanslag en boetebeschikking als één besluit aanmerkt voor bezwaar en beroep om juridische complicaties te voorkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat bezwaar tegen boetebeschikking ontvankelijk kan zijn terwijl bezwaar tegen naheffingsaanslag niet-ontvankelijk is verklaard.