ECLI:NL:HR:2006:AU8185
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maximale geldigheidsduur machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis
Verzoekster verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis en er werd een machtiging tot voortgezet verblijf aangevraagd voor twee jaren. De rechtbank verleende deze machtiging, ondanks dat verzoekster niet onafgebroken vijf jaar in het ziekenhuis verbleef, hetgeen volgens artikel 19 Wet Pro Bopz vereist is voor een machtiging van twee jaar.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 19 Wet Pro Bopz toepaste, omdat de feitelijke ononderbroken verblijfstermijn van vijf jaar niet was voldaan. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en stelde dat de machtiging slechts voor de duur van één jaar kan worden verleend, conform artikel 17 lid 3 Wet Pro Bopz.
Daarnaast wees de Hoge Raad het verzoek af om een kortere machtiging toe te wijzen om de mogelijkheden van een voorwaardelijke machtiging te onderzoeken, omdat de rechtbank dit op goede gronden had geweigerd.
De Hoge Raad deed zelf de zaak af en bepaalde dat de machtiging tot voortgezet verblijf van verzoekster eindigt op 16 augustus 2006, één jaar na de oorspronkelijke beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de machtiging voor twee jaren en stelt de maximale geldigheidsduur van de machtiging tot voortgezet verblijf vast op één jaar.