ECLI:NL:HR:2006:AU8894
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onbegrijpelijke strafmotivering omtrent eerdere Opiumwetzaak
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor overtredingen van de Opiumwet en diefstal tot zes maanden gevangenisstraf. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest. De Hoge Raad beoordeelde dat het hof in haar strafmotivering onterecht had aangenomen dat verdachte eerder was veroordeeld voor een overtreding van de Opiumwet. Uit het Justitieel Documentatieregister bleek immers dat verdachte voor dat feit was vrijgesproken.
De Hoge Raad oordeelde dat deze onjuiste veronderstelling de strafmotivering onbegrijpelijk maakt en vernietigde daarom het deel van het arrest dat betrekking had op de strafoplegging. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing over de straf. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte en begrijpelijke strafmotivering en de noodzaak dat het hof zich baseert op juiste feiten omtrent eerdere veroordelingen. De procedure verliep met schriftelijke conclusies van de advocaat-generaal en schriftelijke commentaren van de raadsman van verdachte. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onbegrijpelijke strafmotivering en verwijst de zaak terug naar het hof.