ECLI:NL:HR:2006:AU8912
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in zaak doodslag na onderzoek verklaringen verdachte
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag op een meisje door het uitoefenen van massaal samendrukkend geweld op de hals, waarbij ook verdrinking een rol speelde. De verdediging had verzocht om de behandeling aan te houden voor een psychologisch deskundigenonderzoek naar de verklaringen van verdachte, met name vanwege het vermoeden van een valse bekentenis.
Het hof wees dit verzoek af omdat het oordeel over de betrouwbaarheid van verklaringen aan de feitenrechter is voorbehouden en een psychologisch rapport niet van belang werd geacht voor de bewijswaardering. De Hoge Raad bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat het noodzaakcriterium juist was toegepast, ook in het licht van de waarborgen van artikel 6 EVRM Pro.
Verder oordeelde het hof dat de verklaring van verdachte over een val van het slachtoffer van de trap niet betrouwbaar was en als leugenachtig kon worden aangemerkt, hetgeen door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk werd bevonden. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag.