Kecofa c.s. hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 18 april 2002, hersteld bij vonnis van 23 mei 2002, Lancôme en Kecofa tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden.
Tegen het vonnis heeft Lancôme hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Kecofa c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 8 juni 2004 heeft het hof in het principaal en incidenteel appel het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende:
1. Kecofa bevolen om uiterlijk op de zevende dag na betekening van dit arrest te staken en gestaakt te houden, iedere inbreuk op de aan Lancôme toekomende auteursrechten op het parfum Trésor, en haar bevolen in het bijzonder te staken en gestaakt te houden iedere productie, verhandeling, ter verkoop aanbieding, in voorraad houden, import en export van enige geur die een verveelvoudiging is van het parfum Trésor, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per product of per dag dat de overtreding na betekening van dit arrest voortduurt;
2. Kecofa bevolen om uiterlijk op de dertigste dag na betekening van dit arrest aan de advocaat van Lancôme een door een registeraccountant gecertificeerde opgave te verstrekken betreffende:
a) de totale hoeveelheid na 12 juli 1995 door Kecofa geproduceerde en/of ingekochte inbreukmakende producten;
b) de totale hoeveelheid na 12 juli 1995 door Kecofa verkochte inbreukmakende producten;
c) de door Kecofa na 12 juli 1995 gehanteerde in- en verkoopprijzen van de inbreukmakende producten;
d) alle namen en adressen van de (rechts)personen aan wie Kecofa na 12 juli 1995 de inbreukmakende producten heeft geleverd;
e) de volledige namen en adressen van alle na 12 juli 1995 bij de productie en verhandeling van de inbreukmakende producten betrokken (rechts)personen;
f) de totale bij Kecofa nog in voorraad zijnde hoeveelheid inbreukmakende producten,
zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per keer of per dag dat Kecofa handelt in strijd met één of meer van de onder 2 genoemde bevelen;
3. bepaald dat het totaal van de door Kecofa te verbeuren dwangsommen als gevolg van het niet voldoen aan het hiervoor onder 1 en 2 bepaalde niet meer dan € 500.000,-- zal bedragen;
4. Kecofa veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Lancôme te voldoen een bedrag van € 16.398,51, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 5.598,51 vanaf 13 juli 2000 tot aan de dag van de voldoening, en over € 10.800,-- vanaf 30 januari 2004 tot aan de dag van de voldoening;
5. Kecofa veroordeeld de na 12 juli 1995 met de verkoop van de inbreukmakende producten behaalde winst (te berekenen aan de hand van de ingevolge het petitum onder 2 over te leggen gegevens) aan Lancôme af te dragen;
6. Kecofa veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg aan de zijde van Lancôme;
7. Kecofa veroordeeld in de proceskosten van het principaal appel aan de zijde van Lancôme;
8. Lancôme veroordeeld in de proceskosten van de eerste aanleg en in principaal appel tegen [betrokkene 1], in beide gevallen begroot op nihil;
9. Kecofa en [betrokkene 1] hoofdelijk, des dat de één betalend de ander zal zijn bevrijd, veroordeeld in de proceskosten van het incidenteel appel aan de zijde van Lancôme;
10. dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
11. hetgeen meer of anders is gevorderd afgewezen.