ECLI:NL:HR:2010:BM0893
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Toepassing van art. 6:104 BW bij schadevergoeding wegens illegale onderverhuur sociale woning
In deze zaak vorderde woningcorporatie Ymere schadevergoeding wegens illegale onderverhuur door [eiseres] van een sociale huurwoning. De huurovereenkomst verbood onderverhuur zonder toestemming. [Eiseres] verhuurde de woning vanaf 2003 geheel onder aan studenten en behaalde daardoor een maandelijks voordeel van €345.
De kantonrechter kende aanvankelijk een schadevergoeding toe gebaseerd op gederfde huur. Het hof stelde echter vast dat Ymere aannemelijk had gemaakt dat zij schade leed door de illegale onderverhuur, bestaande uit extra kosten om de nadelen van grootschalige onderverhuur te compenseren. Het hof wees de schadevergoeding toe op grond van art. 6:104 BW Pro, waarbij de schade werd begroot op de winst die [eiseres] behaalde.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 6:104 BW Pro geen vordering tot winstafdracht geeft, maar een discretionaire bevoegdheid aan de rechter om de schadevergoeding te begroten op de genoten winst of een deel daarvan. Er hoeft geen concreet nadeel te worden aangetoond, slechts enige schade moet aannemelijk zijn. De rechter moet terughoudend zijn wanneer het voordeel de vermoedelijke schade aanmerkelijk overstijgt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de toewijzing van de schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van een schadevergoeding van €13.800 wegens illegale onderverhuur op grond van art. 6:104 BW.