ECLI:NL:HR:2006:AU9117
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Verwerping van cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 14 oktober 2004. De verdediging heeft een middel van cassatie voorgesteld, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep moet worden verworpen.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering acht de Hoge Raad geen nadere motivering noodzakelijk, omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad oordeelt tevens dat er geen ambtshalve gronden zijn om de bestreden uitspraak te vernietigen. Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen door de Hoge Raad.