ECLI:NL:HR:2006:AU9510
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid toepassing kortingsregeling 35%-regeling bij buitenlandse tewerkstelling
Belanghebbende, geboren in 1965 en met Nederlandse nationaliteit, heeft in de jaren 1989 tot 1999 grotendeels buiten Nederland gewerkt, waarvan een deel bij een in Nederland gevestigde vennootschap in het Verenigd Koninkrijk. Vanaf 1 oktober 1999 woont en werkt hij weer in Nederland. Voor het jaar 2000 werd een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 289.716, waarbij de Inspecteur het verzoek om toepassing van de 35%-regeling afwees vanwege de kortingsregeling in het Besluit van 29 mei 1995.
Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en stelde de Inspecteur in het gelijk. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de kortingsregeling correct werd toegepast, waarbij eerdere perioden van tewerkstelling bij binnenlandse werkgevers in mindering worden gebracht ongeacht waar de arbeid werd verricht. Het middel dat stelde dat deze korting alleen zou gelden indien de arbeid in Nederland werd verricht, faalde.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het betoog dat er reeds bij aanvang van de tewerkstelling ongepubliceerd beleid zou zijn geweest dat de korting anders toepaste. Dit betrof een feitelijke stelling die niet in cassatie kan worden onderzocht. Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat toepassing van de kortingsregeling niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de toepassing van de kortingsregeling bevestigd.