ECLI:NL:HR:2006:AU9511
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardering personeelsreis voor loonbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het belastingjaar 1999 een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd vanwege een personeelsreis naar Malta. De Inspecteur handhaafde de aanslag en boete na bezwaar. Het Gerechtshof Arnhem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, verminderde de aanslag en boete, en vernietigde de uitspraak van de Inspecteur.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. Tijdens de procedure bereikten belanghebbende en de Inspecteur overeenstemming over een geschilpunt, waardoor enkele klachten ontvielen.
De Hoge Raad oordeelde dat de waarde in het economische verkeer van de personeelsreis gelijk moet worden gesteld aan de prijs die betaald zou worden voor een vergelijkbare reis met een normale lijnvlucht, en niet de hogere kosten van een speciaal gecharterde vlucht. Het hof had terecht geoordeeld dat de keuze voor een duurdere chartervlucht door de werkgever niet leidt tot een hogere waardering voor loonbelastingdoeleinden.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris ongegrond, het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde het arrest van het hof behoudens enkele beslissingen, en stelde de aanslag en boete verder naar beneden bij. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd met toepassing van de waarde van een normale lijnvlucht in plaats van een duurdere chartervlucht.