ECLI:NL:HR:2006:AU9733
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap op grond van art. 17 RWN
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) om vaststelling van het Nederlanderschap, omdat hij een niet-Nederlands kind is van een Nederlandse geworden moeder. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Staat der Nederlanden heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van verzoeker onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens dat het beroep verworpen moest worden.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 14 april 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen.