ECLI:NL:HR:2006:AV0413
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep in strafzaak zonder nadere motivering
Deze zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 4 november 2004. Verdachte, destijds gedetineerd in een penitentiaire inrichting, werd bij arrest veroordeeld. Het cassatieberoep is ingediend door zijn advocaten.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het beroep verworpen moet worden. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het commentaar van de raadslieden op deze conclusie, maar oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Er is geen noodzaak tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad acht ook geen reden aanwezig om ambtshalve het bestreden arrest te vernietigen. Daarom wordt het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 14 maart 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.