ECLI:NL:HR:2006:AV0430
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing herinvesteringsreserve bij omzetting bedrijfsmiddel in voorraad
Belanghebbende had een pand dat zij als kantoorruimte verhuurde, maar na mislukte pogingen tot verhuur besloot zij het te verbouwen tot luxe woonappartementen. Na verkoop van negen van de elf appartementen ontstond discussie over de fiscale behandeling van de gerealiseerde boekwinst.
Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende geen herinvesteringsreserve mocht vormen omdat zij geen bedrijfsmiddel had vervreemd, maar voorraad. Dit oordeel werd in cassatie bevestigd door de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de herinvesteringsreserve bedoeld is voor bedrijfsmiddelen en niet voor zaken die als voorraad voor verkoop worden aangewend.
Daarnaast verwierp de Hoge Raad het subsidiaire standpunt van belanghebbende dat een deel van de boekwinst, opgebouwd als stille reserve in de periode dat het pand als bedrijfsmiddel werd gebruikt, toch aan de herinvesteringsreserve zou moeten worden toegevoegd. De Hoge Raad benadrukte dat compartimentering niet passend is bij de bepaling van de jaarwinst in dit kader.
De Hoge Raad concludeerde dat de wetswijziging per 1 januari 2001 de doelstelling van de herinvesteringsreserve niet heeft gewijzigd en dat toepassing op stille reserves in voorraad niet overeenkomt met de bedoeling van de regeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat geen herinvesteringsreserve kan worden gevormd bij omzetting van bedrijfsmiddel in voorraad.