ECLI:NL:HR:2005:AT3022
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over afschrijving en vervangingsreserve bij onroerend goed in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep bij het Hof werd verminderd. Het Hof oordeelde dat bepaalde onroerende zaken als voorraad moesten worden aangemerkt en stond afschrijvingen op een pand toe, maar wees de toepassing van de vervangingsreserve af.
De Hoge Raad stelde voorop dat onroerende zaken die binnen afzienbare tijd met winst worden verkocht, ook opbrengstgevend kunnen worden gebruikt en dan kenmerken van zowel voorraad als bedrijfsmiddel kunnen hebben. Hierdoor kan jaarlijks een afschrijving worden toegepast, ook als de zaak anders niet als bedrijfsmiddel zou gelden.
De vervangingsreserve is echter alleen van toepassing op duurzaam aan de onderneming verbonden onroerende zaken en niet op zaken die met de bedoeling tot verkoop zijn aangeschaft. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en de inspecteursbeslissing, stelde de aanslag verder naar beneden bij en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende.
Het arrest verduidelijkt de fiscale behandeling van onroerend goed dat tijdelijk wordt aangehouden en de voorwaarden voor toepassing van afschrijving en vervangingsreserve in de vennootschapsbelasting.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot nihil met een aangepast verlies en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.