ECLI:NL:HR:2006:AV0733
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beschikking over beklag inzake inbeslagneming advocatendossier in gerechtelijk vooronderzoek
In deze zaak is tegen een advocaat een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld op verdenking van medeplegen en uitlokken van schending van de geheimhoudingsplicht en oplichting. In het kader daarvan werden stukken uit het dossier van een cliënt van de advocaat in beslag genomen door de rechter-commissaris tijdens een doorzoeking in het advocatenkantoor.
De advocaat verzette zich tegen de inbeslagneming omdat de stukken onder zijn geheimhoudingsplicht vielen en niet voorwerp waren van het strafbare feit. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond en beval teruggave van de stukken, maar motiveerde onvoldoende waarom het standpunt van de advocaat dat de stukken niet tot het strafbare feit behoren, niet onjuist zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank haar afwijkende oordeel ten opzichte van de rechter-commissaris nader had moeten motiveren, mede omdat de stukken deel uitmaken van het cliëntendossier en de verdenking niet zodanig uitzonderlijk is dat het verschoningsrecht doorbroken kan worden. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling met nadere motivering over de inbeslagneming van advocatendossiers.