ECLI:NL:HR:2006:AV1684
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over waardebepaling en planologische bestemming bij onteigening
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staat tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin de schadeloosstelling voor onteigening van een perceel grond werd vastgesteld. Het perceel viel onder een bestemmingsplan met een recreatieve bestemming, terwijl deskundigen de waarde hadden bepaald op basis van een agrarische bestemming zonder rekening te houden met deze recreatieve bestemming.
De Hoge Raad stelt vast dat de onteigeningsrechter zelfstandig onderzoek moet doen naar de schadevergoeding en niet gebonden is aan het deskundigenadvies. De rechtbank had ten onrechte de recreatieve bestemming buiten beschouwing gelaten bij de waardebepaling, omdat volgens de Hoge Raad de situatie van een dwangsituatie zoals in eerdere arresten Staat/Matser en Staat/Markus niet van toepassing was.
De Hoge Raad oordeelt dat het bestemmingsplan een vrije keuze van de gemeente weerspiegelt en dat de recreatieve bestemming daarom wel in de waardebepaling moet worden betrokken. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom bouwvergunningen uit de jaren zestig een verwachtingswaarde zouden hebben die de waarde beïnvloedt. Het vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank Rotterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.