ECLI:NL:HR:2006:AV1701

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01341/05 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • H.A.G. Splinter-van Kan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21A RVV 1990Art. 457 SvArt. 467 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens verkeerde bestuurder bij snelheidsovertreding

De aanvraagster werd door de kantonrechter veroordeeld voor een snelheidsovertreding met een geldboete, hechtenis en ontzegging van rijbevoegdheid. Zij verzocht om herziening op grond van een omstandigheid als bedoeld in art. 457 Sv Pro, namelijk dat zij niet de bestuurder was ten tijde van de overtreding.

Bij de aanvraag werd een verklaring overgelegd van een derde die toegaf de overtreding te hebben begaan. Daarnaast bleek uit een antwoordkaart dat de handtekening van de bestuurder niet overeenkwam met die van de aanvraagster, maar wel met die van de derde betrokkene.

De Hoge Raad oordeelde dat deze feiten een ernstig vermoeden geven dat de kantonrechter, indien bekend met deze omstandigheden, de aanvraagster zou hebben vrijgesproken. Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor herbehandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Uitspraak

31 januari 2006
Strafkamer
nr. 01341/05 H
IC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Rotterdam, kanton Sommelsdijk, van 8 mei 2003, nummer 10/260049-02, ingediend door mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, namens:
[aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Kantonrechter heeft de aanvraagster ter zake van "overtreding van art. 21A RVV 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 784,-, subsidiair 15 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvraagster voert daartoe aan dat een ander dan de aanvraagster de personenauto ten tijde van de snelheidsovertreding heeft bestuurd.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467 Sv Pro is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij de aanvrage is overgelegd een verklaring van 17 juli 2003 van [betrokkene 1], welke verklaring inhoudt:
"N.a.v. uw brief met daarin de kennisgeving ontzegging van de rijbevoegdheid wil ik u het volgende mededelen: [aanvraagster] is niet de persoon in kwestie geweest betreffende het voorval op 01-12-01 te Ouddorp. Door privé problemen is
[aanvraagster] niet eerder in staat geweest te reageren. Ik zou u willen verzoeken [aanvraagster] niet langer aansprakelijk te stellen voor de overtreding en tevens willen verzoeken de ontzegging van de rijbevoegdheid in te trekken. Aangezien ik,
[betrokkene 1], geboren [geboortedatum]-1976 te [geboorteplaats] de overtreding begaan heb kunt u mij aansprakelijk stellen."
4.2. Bij de stukken van het geding bevindt zich tevens een aan de aanvraagster toegezonden en weer aan het CJIB teruggestuurde antwoordkaart. Op deze antwoordkaart is ingevuld dat de overtreding door de bestuurder wordt erkend. De handtekening onder het hoofd "bestuurder" op de antwoordkaart komt niet overeen met de handtekening van de aanvraagster zoals die voorkomt op de aanvrage en op de akte uitreiking behorende bij de inleidende dagvaarding. De handtekening op de antwoordkaart komt daarentegen wel overeen met de handtekening van [betrokkene 1] zoals die voorkomt op de bij de aanvrage overgelegde verklaring waarin hij de overtreding erkent. Dit levert grond op aan te nemen dat niet de aanvraagster, maar een ander de personenauto heeft bestuurd ten tijde van het begaan van de snelheidsovertreding.
4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Kantonrechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvraagster van het haar tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
Beveelt voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Rotterdam, kanton Sommelsdijk, van 8 mei 2003;
Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 januari 2006.