ECLI:NL:PHR:2006:AV1701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening snelheidsovertreding wegens onbekende bestuurder met twijfel over novum
Aanvraagster werd bij verstek veroordeeld voor een snelheidsovertreding en stelde in de herzieningsprocedure dat een ander de auto bestuurde ten tijde van de overtreding. Zij overlegde een verklaring van een derde die dit bevestigde.
Er waren sterke aanwijzingen dat aanvraagster al vóór de zitting op de hoogte was van deze omstandigheid, onder meer door een antwoordkaart die vermoedelijk door die derde was ingevuld. De Hoge Raad overwoog dat de herzieningsprocedure niet bedoeld is om tekortkomingen in de procesvoering te herstellen, maar achtte het niet als misbruik van recht omdat geen opzettelijke misleiding werd vastgesteld.
De Hoge Raad concludeerde dat de kantonrechter niet bekend was met de identiteit van de bestuurder, wat bij bekendheid waarschijnlijk tot vrijspraak had geleid. Daarom werd de herzieningsaanvraag gegrond verklaard, de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor herbehandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor herbehandeling.