ECLI:NL:HR:2006:AV2338
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Beoordeling conversie primitieve aanslag in navorderingsaanslag bij buitenlandse belastingplichtige
Belanghebbende, die in 1997 deels als buitenlandse en deels als binnenlandse belastingplichtige werd aangemerkt, kreeg een primitieve aanslag opgelegd voor het jaar 1997. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de aanslag verminderd, maar het hof oordeelde dat de navorderingsaanslag niet in stand kon blijven voor de tweede helft van het jaar vanwege een verzuim van de inspecteur.
De Hoge Raad stelt dat het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door te oordelen dat de termijn voor het opleggen van een primitieve aanslag over de tweede helft van het jaar was verstreken, terwijl dit niet in geschil was. Hierdoor was het oordeel dat de inspecteur een ambtelijk verzuim had begaan onterecht.
De Hoge Raad bevestigt dat voor de inkomsten van de tweede helft van 1997 geen aparte aanslag hoefde te worden opgelegd voordat deze in de navorderingsaanslag kon worden betrokken. Het incidentele beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het principale beroep van belanghebbende ongegrond en het arrest van het hof vernietigd, behoudens de beslissing over griffierecht.
Er worden geen proceskosten toegewezen. Het arrest is gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 24 februari 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hofarrest wordt vernietigd en het beroep tegen de aanslag van de inspecteur wordt ongegrond verklaard.