ECLI:NL:HR:2006:AV6196
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over taakstraf en verblijfsstatus illegale vreemdeling
In deze strafzaak is de verdachte veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift met betrekking tot een valse aanvraag voor een verblijfsvergunning. Het hof legde een gevangenisstraf van twee maanden op en wees een taakstraf af vanwege de illegale verblijfsstatus van de verdachte, stellende dat artikel 197b Sr een beletsel vormt voor de executie van een werkstraf.
De verdachte stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de verblijfsstatus van de verdachte een belemmering vormt voor het opleggen van een werkstraf. De tekst en wetsgeschiedenis van artikel 197b Sr duiden er niet op dat werkzaamheden in het kader van een werkstraf onder deze bepaling vallen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen. De uitspraak benadrukt dat de verblijfsstatus van een verdachte niet zonder meer uitsluit dat een werkstraf kan worden opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, oordelend dat verblijfsstatus geen beletsel is voor werkstraf.