ECLI:NL:HR:2006:AV9378
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en rechtsbescherming bij inbezitneming op grond van de Deltawet grote rivieren
In deze zaak staat centraal de vraag of hoger beroep openstaat tegen vonnissen waarin de rechtmatigheid van inbezitnemingen door het Waterschap op grond van de Deltawet grote rivieren (Dgr) wordt beoordeeld en schadeloosstelling wordt vastgesteld.
[Eiseres 1 en eiser 2] hebben het Waterschap gedagvaard wegens vermeend misbruik van bevoegdheid tot lastgeving tot inbezitneming van delen van hun percelen. De rechtbank heeft na deskundigenonderzoek schadeloosstellingen vastgesteld en voorschotten verrekend. Tegen deze vonnissen is hoger beroep ingesteld, maar het hof verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens toepasselijkheid van artikel 52 lid 1 Onteigeningswet Pro (Ow), dat hoger beroep uitsluit bij onteigeningen in buitengewone omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigt dat de Deltawet grote rivieren nauw aansluit bij de regeling van de Onteigeningswet, met name titel III Ow, en dat artikel 52 Ow Pro van overeenkomstige toepassing is. Dit betekent dat hoger beroep tegen vonnissen over inbezitneming en schadeloosstelling op grond van de Dgr is uitgesloten, en alleen beroep in cassatie openstaat.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat deze regeling niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), met name artikel 6 en Pro artikel 1 van Pro het Eerste Protocol, aangezien voldoende rechtsbescherming wordt geboden via de burgerlijke rechter en cassatie. Het beroep van [eiseres 1 en eiser 2] wordt verworpen en zij worden in de kosten van het cassatiegeding veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het hoger beroep is uitgesloten op grond van artikel 52 lid 1 Onteigeningswet.