ECLI:NL:HR:2006:AW1641
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt termijn navordering omzetbelasting en geen mede-aansprakelijkheid op grond van douanewet
Belanghebbende werd uitgenodigd tot betaling van omzetbelasting over melkpoeder die tijdens douanevervoer in Nederland zou zijn onttrokken aan het douanetoezicht. De Inspecteur stelde belanghebbende mede-aansprakelijk op grond van artikel 130a van de Wet inzake de douane (WD), omdat hij zou hebben bijgedragen aan de niet-zuivering van T1-documenten.
Het Gerechtshof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad bevestigde dat de verlengde navorderingstermijn van vijf jaar geldt, ook als de douane binnen drie jaar de schuld had kunnen vaststellen, en dat artikel 22, lid 1, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (oud) van toepassing is.
Voorts oordeelde de Hoge Raad dat belanghebbende niet als mede-aansprakelijke kan worden aangemerkt omdat hij niet de feitelijke oorzaak was van de niet-zuivering van de documenten. De inspecteur had onvoldoende feiten aangevoerd om dit te onderbouwen. Daarom werd het beroep van de Staatssecretaris ongegrond verklaard en de kosten van het geding aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aanslag tot betaling van omzetbelasting vernietigd.