ECLI:NL:HR:2006:AW2107
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Wijziging partner- en kinderalimentatie bij wijziging omstandigheden
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtelieden over de wijziging van de bij echtscheiding vastgestelde partner- en kinderalimentatie. De man verzocht de rechtbank om de alimentatie voor het kind en de vrouw met ingang van 1 maart 2004 op nihil te stellen vanwege gewijzigde omstandigheden. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar de vrouw ging in hoger beroep. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het hofbesluit. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de man en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de alimentatieverplichting niet op nihil kon worden gesteld. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Aaftink, Van Oven en Bakels en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 12 mei 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de alimentatieverplichting blijft ongewijzigd.