ECLI:NL:HR:2006:AW2107

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/117HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 lid 1 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging partner- en kinderalimentatie bij wijziging omstandigheden

De zaak betreft een geschil tussen ex-echtelieden over de wijziging van de bij echtscheiding vastgestelde partner- en kinderalimentatie. De man verzocht de rechtbank om de alimentatie voor het kind en de vrouw met ingang van 1 maart 2004 op nihil te stellen vanwege gewijzigde omstandigheden. De rechtbank wees dit verzoek toe, maar de vrouw ging in hoger beroep. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.

De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het hofbesluit. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de man en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de alimentatieverplichting niet op nihil kon worden gesteld. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Aaftink, Van Oven en Bakels en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 12 mei 2006.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de alimentatieverplichting blijft ongewijzigd.

Uitspraak

12 mei 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/117HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.Chr. M. Oomen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 27 mei 2004 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 januari 2004 in die zin te wijzigen dat de daarbij met ingang van 1 maart 2004 opgelegde alimentatie van € 300,-- per maand ten behoeve van het kind van partijen [het kind], geboren op [geboortedatum] 2000, en ten behoeve van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - van € 280,-- per maand wordt gesteld op nihil dan wel op zulke bedragen als de rechtbank vermeent te behoren.
De vrouw, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 oktober 2004 met wijziging van voormelde beschikking van het hof de alimentatie zowel voor het kind als voor de vrouw met ingang van 1 maart 2004 op nihil bepaald.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 8 juni 2005 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, het inleidend verzoek van de man alsnog afgewezen en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 mei 2006.